Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 79
Voor onwelvoegelijke gebaren houdt men
met regt een stuursch uitzigt, een gedurig
rondomkijken met de oogen, een gestadig
neerslaan der oogen, een opzettelijk scheel-
zien, oogblikken, fronselen, grijnzen, un-
deblikken, gezigten maken, enz.
a8.
Lagchen,
Oük bij een, op zich zelf natuurlijk, ger
"baar, het lagchen, kan de welvoegelijkheid
gekwetst worden, zoo uit hoofde van de
omstandigheden, waarbij men zich het lag-
chen veroorlooft, als door de manier, op
welke men lacht. Wanneer men over de
r^en tot de gezigtsbeweging, welke wij
.lagchen noemen.^ nadenkt, bevindt men, dat
het lagchen, in de meeste gevallen, eene
plotselinge uitbarsting is, die uit eene snel-
le voorstelling van de eene of andere uit>
muntendheid ontstaat, welke wij bij ons zei-
ven, in vergelijking.met onze vorige zwak-
D 4 he-