Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 77
tigen of ontkennen, een teeken met h«
hoofd te maken?
2) In welke gevallen, echter, zoude
zulk een teeken met het hoofd niet tegen
de welvoegelijkheid zijn?
§. 28.
IVshoegelijkheid' in de gebaren en de bewe-
ging der oogen.
Men noemt, niet zonder grond, het oog
den verrader der ziel; want het lijdt wel geen
twijfel, dat duurzame zoo wel als voorliij-
gaande gemoedsbewegingen, geneigdheden,
begeerten, driften, liartstogteu, ea aandoe-
ningen van allerlei soort, onschuld, liefde,
welwillendheid, eerlijkheid, zachtmoedigheid,
nijd, list, valschheid, vermetelheid, toom,
trotschheid, droefgeestigheid, blijmoedigheid,
enz. ja zelfs de vermogens der ziel, door
bet oog uitgedrukt worden.
Daarom zegt men ook: een sprekend oog.
Of zachtmoedigheid en rust, vuur ea vast-
D 3 b e id