Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 7A )
lÉn, en bij ondersdieidene omsandigheden
in het gesprek met anderen. Somtijds is de
buiging stilzwijgend, somtijds met begroete-
nis-dankzegging, en afscheids-bewoordingen
verzeld. Dat de aard der buiging, althans
wat de diepte aanbelangt, naar den burger-
lijken rang der lieden, welken zij geldt, be-
stemd wordt, laat zich ligtelijk vermoeden.
Voor den bedienden van een voornaam man
maakt men geene zoo diepe buiging, als
voor dien voornamen man zei ven. Vrij ver-
keert pleegt men deze buiging het compli'
ment te noemen. De aanwijzing tot eene
kunstmatige buiging kan, om geheel ver-
staanbaar te zijn, niet door bloote regelen
gegeven worden; men moet de doelmatige
houdingen bij anderen zelf opmerken, om
het te vatten. Hier slechts zooveel: De
welvo^elijke buiging is geen onregelmatig,
houten, stijf, plomp rugkrommcn, ook geen
scheef, te diep nederbuigen, maar eene on-
gedwongene natuurlijke buiging, bij- welke
de daartoe gegevene aanleiding, wel is waar,
opgevolgd, maar niet zoo gevolgd wordt,
dat