Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 7» )
tegenwoordigheid van anderen betreft, in
zoo verre het met de welvoegelijkheid over-
eenkomstig of daarmede strijdig is. Niet al-
leen een krom, stijf, en onbewegelijk, maar
ook een onrusrig, geruischmakend zitten,
is tegen de welvoegelijkheid strijdig. Het
rug-leunen tegen den stoel, en wel meer
nog het achterwaarts buigen van den stoel
zeiven, om op denzelven heen en weêr te
wiegen, het stijve leunen met eene of beide
liaiden op de tafel, het leunen met den el-
boog, en te wijd uitstrekken der knien of
voeten, een scharrelen, of geruischmakend
heen en wederbewegen van dezelve, het
uitstooten met dezelve, enz. wordt voor
onwelvoegelljk gehouden. Ook het overel-
kanderslaan der voeten, hetwelk volwassenen
zich soms veroorloven, wordt, om goede
redenen, bij jonge lieden voor onwelvoege-
lljk verklaard. Overigens moet het neder-
zitten en opstaan zonder geruisch geschie-
den, wanneer men niet voor lomp, onbe-
schaafd en gemeen wil aangezien zyn. Ook
jnoet men, bij het gaan zitten, zoo veel
mo-