Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 70 )
beren, dat aan de beweging van eenden niet
ongelijlc is; den slaperigen, slependen, zvva-
ren gang; het al te deftige en trotsche op-
stappen; het sterk nedertrappen, waardoor
de aankom'ende reeds op eenen tamelijken
afstand gehoord wordt, en waarin zooge-
naamde haantjes-de-voorste eene glorie stel-
len. Ook is het trappelen op de trappen
onwelvoegelljk. Even zoo zeer als een te
hard treden bij het gaan, strijdt ook een al
te zaeht gaan, of sluipen, tegen de regelen
der welvoegelijkheid. Enkel wanneer men
in eene openbare vergadering, in welke eene
plegtige stilte heerscht, of in welke een re-
denaar spreekt, te laat komt, vereischt de
welvoegelijkheid een stil inkomen, opdat men
geene storenis make. Een ongedwongen en
tevens vaste tred is voor jonge lieden de
natuurlijkste; gevolgelijk ook de welvoegc-
lijkste. Het hard loopen op de publieke
straat is enkel in geval van nood geoorloofd;
anders wofdt het, om vele redenen, voor
onwelvoegelljk gehouden; bij voorb., hoe
ligt kan men, wanneer men met zulk eene
haast