Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( «9 )
voor karakterschetsend te verklaren. Doch,*
ongeacht zekere natuurlijke en onwelvoege-
lijke eigenheden in den gang, duldt dezelve
de toepassing van de, regelen der welvoege-
lijkheid. Gelijk, bij het staan, de voeten
niet inwaarts mogen zijn, vordert ook de
welvoegelijkheid, dat, bij het gaan, zooda-
nige voor gebrekkig verklaarde houding ver-
meden worde. In den natuurlijken, met de
welvoegelijkheid overeenkomenden, gang,
vertooi>t zich eene zekere vastheid, bij wel-
ke mèn zoo veel mogelijk, doch zonder
angstvallige oplettendheid, de regte lijn
houdt, behalve wanneer de oneffenheden van
den weg, of het ontmoeten van andere per-
sonen of voorwerpen, eene afwijking verei-
schen. Ofschoon niet ieder stap ti-jnsraees-
terachtig moet afgemeten zijn, hteft men
evenwel, ook in het gaan, zekere gelijkvor-
migheid te betrachten.
Tot de onwelvoegelijke manieren in het
gaan rekent men: te wijde en te korte schre-
den, het trippelen, het huppelen en het
dansachtige gaan; het heen- en wederzwab-
be-