Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 68 )
derscheidene rijen van zitplaatsen zijn, in
eene der voorste rijen geplaatst, voor eeni-
gen merkelijken tijd wilden opstaan; want
daardoor zouden wij den achter ons zittenden
hel uitzigt benemen. Ook moet men, in ge-
zélschappen, zoo veel mogelijk trachten te
verhinderen, dat men op de hoogste plaats,
die gemeenlijk tegen over de deur is, zijne
plaats neme, en anderen den rug toekeere.
S- 24.
JFehoegelijke houding des ligchaams in het
gaan.
Er zijn zoo vele eigendommelijkheden in
den gang der menschen, dat dezelve ons
dikwerf tot een merkteeken dient, waaraan
wij dezen of genen in de verte erkennen.
Ja, men pleegt zelfs menigmaal uit den gang
der menschen tot hun karakter te besluiten.
Ten minste schijnt het spreekwoord: den
vogel ktnt men aan het gezang, den mensch
aan zijnen gang^ de wijze, hoe iemand gaat,
- . voor