Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 67 )

Fervolg.
Wanneer en 'waar men te staan hebbe,
laat zich niet tot algemeen geldende regelen
brengen. Die zich in zijne woning alleen,
bevindt, heeft meestal hierin volkomene vrij-
heid. Maar, in de tegenwoordigheid van an-
deren, hangt het niet altijd geheel van onze
willekeur af, o/, wanneer, en waar wij te
staan hebben. De welvoegelijkheid maakt
het ons tot eenen pligt, op te staan, wan-
neer iemand voor ons staat cn met ons
spreekt; wanneer iemand tot ons komt, ten
ware het een zeer vertrouwd vriend zij;
wanneer iemand in een gezelschap, waar
wij ons bevinden, inkomt; wanneej- wij, -in
de opene lucht, op eene openbare plaats zit-
ten, en iemand voorbijgaat, die ons groet,
of dien wij het voor eenen pligt houden te
groeten. Maar het zoude onbetamelijk zijn,
indien wij, in eene vergadering, waar on-
der-