Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 66 )
gen, bij welke de voeten te ver van elkan-
der verwijderd 2ijn, door een gansch onbe-
wegelijk staan blijven op eene plaats; door
een bestendig draaijen en keeren; door proef-
nemingen om op een been te staan, en door
het leunen tegen muren en andere voorwer-
pen.
Oj>g. Wat is onder het woord Natuur
te verstaan, wanneer in bovenstaanden
gezegd wordt: ,, me zich^in zijne lig-
chaamshouding geheel en al naar de na"
tuur wilde rigten''* enz. ? Kan men, in
dezen zin, het woordiV^/z/^rnemen voor
de zamenvatting van alle gewaarwordelijke
dingen, of ook voor datgene, hetwelk
men onder natuurkrachten of natuurwet*
ten verjlaat? Of wil men hier, door Na-
tuur ^ enkel een zeker ongedwongen (on-
■ gegeneerd) gedrag, dat zich aan geenen
regel bindt, dat eiken, ook den gering-
dwang schuwt, aanduiden? Wat
zal dan nu het tegenovergestelde Kunst
be:liiiden?
s- 43.