Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 64 )
vallen, den knaap tot eene ligchaamshouding
behulpzaam zijn. Dat evenwel ieder, die
exerceren geleerd heeft, daarom tot een voor-
beeld voor de welvoegelijke ligchaamshouding
dienen kunne, volgt hieruit geenszins. Te-
gen de welvoegelijke ligchaamshouding strijdt
het scheef houden van het hoofd, of een
nederhangend, nedergebukt hoofd. Het laat-
ste is ook nog in een ander opzigt af te keir-
ren; doch moet men ook niet in het tegen-
overgestelde uiterste vallen, en de borst al
te hoog houden. Wat de plaatsing der voe-
ten bij het overeind staan betreft, de dans-
meesters plegen deswege de volgende regels
te geven: men plaatse zich met de beide
hielen digt tegen elkander op eene regte lijn,
zoodanigervvijze, dat de spitsen der voeten
buitenwaarts en met elkander gelijk staan;
waarbij dan het ligchaam de straks opgege-
vene houding moet hebben j dit is hetgeen,
wat zij de eente positie noemen. In de twee-
de positie staat de regter voet omtrent eene
èchrede ver van den anderen, zijdelings.
Deze plaatsing der voeten is bij het staan dé
'' na-