Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( >
eene vegte, met den aard des mensehen over^i
èenkomende, houding verkrijgt. Deze nu
verkrijgt Iret, wanneer het Jijf en de knien
eene lijn vormen, de schouders ingetrokken,
de borst voorgebragt, het hoofd mede noch
voor noch achterovergebukt, de kin dus niet
te hoog noch te laag, en het hoofd en de
hals vrij zijn; wanneer voorts de armen vrij
en natuurlijk nederwaarts hangen, eu de
handen eenigermatige gekromd zijn, kortom,
wanneer de staande persoon niet in verlegen^
beid is, wat met dezelve aan te vangen. De
waardij, welke de danslessen eens dansmees-
ters voor het burgerlijke en huisselijke levea
hebben, blijft hier onbeslist; doch, wanneer
er gelegenheid is,, om van hem te leerenj
dat men het ligchaam regt op en evenwel
niet stijf houde, dat men vast en met zeker*
schreden ga, zich met eene bevallige en oUf
gemaakte houding bewegê, en zich in allei-
lei voorkomende ^tellingen ongedwongen ^^
^hikken wejte, men wel doen met ziel}
de^e gelegenheid tm n»t te maken. Ook d^
.oefqiini^ i^ den vvagqilu]^ Jcati } i» vel« ge«
val-