Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( )
onbescliaafde of venveude niet zelden ook
datgene voor natuurlijk pleegt te houden,
wat hem het behagelijkste, het gemakkelijk-
ste is, zoo zoude eene natuurlijke houding
des ligchaams, in dezen zin van het woord,
vrij plomp en onwelvoegelyk zijn. Eene
met de regelen der welvoegelijkheid overeen-
komende houding in het staan is het verec-
nigd werk van natuur en kunst. Die zich
hierbij geheel en al naar de natuur wilde rig-
ten,"zóüde bezwaarlijk van ruwheid en
plompheid zijn vrij te pleiten. Hem, daar-
entegen , die de kunst alleen tot zijne ge-
leidster kiest, zoude men zeker het gemaakte
(geaffecteerde), gekunstelde en stijve aan-
dien. En beide, ruwe plompheid en stijve
gemaaktheid, strijden tegen het welvoegelijke.
Eene gelukkige vereeniging van het natuur-
lijke en kunstige, brengen ligchamelijke wel-
voegelijkheid te wege. Eene regt overeind-
staande houding is. de natuuriykste, in den
edeleren zin des- woorda» De kunst onder-
steunt hieiin. de natuuc daardoor, dat zij
vetüien geeft ^ hoe en waardooï bet ligchaam
ee-