Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
c él )
zindelijkheid, van welke de welvoegelijk-
heid zelve hier verbood te spreken?
4) Een twaalfjarige knaap zocht in een
vreemd huis verlegen om zich heen.
„ Wat zoekt gij vraagde hem de vrouw
van den huize. „ Ik wilde gaarne eens
„ uitspuwen en kan de kwispedoor niet
„ vinden." Waarmede kwetste deze jon-
geling de welvoegelijkheid?
§. 22.
Welvoegelijke houding des ligchaams lij
het flaan.
Het is, in opzigt tol de welvoegelijkheid»
niet geheel onverschillig, of men in het staan
zijn ligchaam zoo dan anders houde. Indien
men, onder eene natuurlijke houding des lig-
chaams, zoodanig eene verstaat, die met de
natuur van een beschaafd mensch overeen-
komstig is: zoo kan men zeker zeggen, dat
eene natuurlijke houding onzes ligchaam»
dc welvoegelijkste is. Dewijl evenwel dt
on*