Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 6o )
zonder eenen doek voor te houden, met ee-
nen tandestoker de tanden uit te preukelen,
. de ooren op eenigerhande wijze te reinigen,
of de nagels af te snijden, leert reeds het
natuurlijke gevoel van het betamelijke.. Zelfs
ligte verwondingen aan zijn ligchaam zal de
. zindelijke weten te bedekken, en, zoo veel
mogelijk, aan het gezigt van anderen ont-
trekken. Van de zindelijkheid in de kleeding
en bij het eten en drinken zal naderhand,
(S. 34. en 6i.) te zijner plaatse, gewaagd
worden. Onzindelijkheid in het uitwendige
■draagt menigmaal blijken van eene bevlekte
ziel.
Opg. i) Waarom is de zindelijkheid
een noodzakelijk vereischte tot de welvoe-
gelijkheid? en waarin is zij gegrond?
&) Hoe vele bijzondere regelen van wel-
- voegelijkheid, het zij als gebod het zij als
verbod uitgedrukt, kunnen er getrokken
worden uit de wenken, in de vorige af-
snede vervat?
3) Welke geheel grove kwetsingen da
welvoegelijkheid zijn er in opzigt tot de
- f • ^ zin-