Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 5S )
zal tevens OQk alle ochtenden, of zoo me-
ijiigmaal het noodig is, zijn haar behoorlijk
kammen, opdat het niet, gelijk het haar
den onzindelijken, eene bewaarplaats
van strop, vederen, of wel van eene soort
van levende wezens zij. Hij zal, daarom
90k niet in de onwelvoegelijke verlegenheid
l^omen van met de vingers in het haar te
poeten zitten en zich te krabben. Naardien
lange, met vuil gevulde, nagels aan de vin-
|;er& eene zeer walgelijke vertooning maken,
zoo; zal de beminnaar der zindelijkheid de
einderi der nagels nooit over de vingers heen
laten groeijen, maar zorg dragen, om ze te
gepasten tijde te korten. Tegen de zinde-
lijkheid en welvoegelijkheid strijdt verder,
yyd niet het snuiten van den neus in het
algmeen, wanneer' het, door middel van
^en zakdoek, maar, wanneer het zonder
dien, of ook met denzelven, maar op eene
veel geruisch makende wijze, in het
l?yzija van anderen, geschiedt. De zinde-
lijke zal daarom, wanneer hij deze no9d;zaf
keUjke vwigting., ip b^t bijzijg va» ^n4sren,
niét