Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 57 )
onttrekken wilde, zoude zich aan pligtver-
zuim schuldig maken. Ook bij zoodanige
bezigheden kan men liefde tot de zindelijk-
heid betoonen, wanneer men namelijk, na
den afloop derzelve, de noodige reiniging
niet verzuimt. De beminnaar der zindelijk-
heid, die in dit opzigt de welvoegelijkheidf
niet kwetsen wil, wascht niet slectits eiken
morgen, kort na het opstaan, zyn geheele
aangezigt, benevens de hoeken der oogen,
hals, nek, en handen, maar ook somwijlen
de borst, de voeten, enz. met schoon wa-
ter, en herhaalt het wasschen van het aan-
gezigt, of althans van de handen, den dag
door, zoo veel het noodig is. Ora eenen
stinkenden adem te weren, reinigt hij niet
slechts alle ochtenden, maar ook na hét
eten, den mond en de tanden. Het wrijveri
der tanden met eenig goed tandpoeder, gelijk,
dat van simon nathan dents , of het was-
schen van den mond, bij voorbeeld, met
deszelfs bekende parelwassing, dient ook tot
behoudenis van zulke tanden, die niet meer
in eenen gezonden staat zijn. De zindelijke
C 5 zü