Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
< i<s )



21.
Qyer dc welvoegelijkheid un aanzien ^an
het tigchaam^
Zindelijkheid.
Zindelijkheid is het eerste vereischte van
de zoogenaamde ligchamelijke welvoegelijk-
heid. „ Niet de uitwendige schijn van zin-
delljklieid, maar de zindelijkheid zelve, is
een waar sieraad." Zij bestaat daarin, dat
men niet alléén zijn ligchaam, zoo veel mo-
gelijk, zuiver, of zonder vuil, houde, maar
ook in het algemeen alles, wat eenigermate
walgelijk is, poge te vermijden» Zoowel
door de natuurlijke uitwaseming, als door
het genot van spijzen en door de ^meeste
ligchamelijke werkzaamheden,"' gelijk mede
door verwondingen, wordt het ligchaam ver-
ontreinigd en vuil gemaakt. Wie zich aan
de bezigheden', waartoe hij verpligt is, en bij
welke, ondanks alle voorzigtigheid, eene
verontreiniging niet vermeden kan worden,
,, r I om-