Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 53 )
en noodzakelijk is. Die in dezen ouderdom
verzuimt, zich aan het betrachten van die wel-
voegelijkheidsregelen te gewennen, wier toe-
passing ook reeds in de jeugdige jaren plaats
grijpt, zal, in rijperen leeftijd, niet dan met
groote moeite, en misschien in het geheel
niet, die vroegere verwaarloozing te boven
komen. Het zoo dikwijls verkeerd verstaan
en verkeerd gebruikte spreekwoord: Jeugtl
heeft geene deugd, zoude ook van hen gro-
velijk misduid worden, die zich mogteii ver-
beelden , dat het zeggen wilde, als of er van
de jeugd volstrekt geen welvoegelijk gedrag
gevorderd mogt wórden. Wel verstaan,
beteekent dit spreekwoord alleen, dat, in de
jeugdiger jaren, die meer volkouiene deugde-
lijkheid , die hoogere zedelijkheid, die fijnere
welvoegelijkheid nog geene plaats kan heb-
ben, die de vrucht van rijperen ouderdom,
dieper inzigt en meerdere oefening is. Maar
voorbereiding tot deze hoogere volkomen-
heid moet ook reeds bij de jeugd plaats
vinden.
Opg, Wanneer men der jeugd een na-
C 3 ■ tuur'