Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 44 )
wordt zelfs in de christelijke deiigdeleer
het betrachten der welvoegelijkheid (Phil. 4,
8.) en van dè levenswijsheid of voorzigtig-
heid (Matth. 10, 16.) als een pligt voor-
geschreven.
2) Het in acht nemen van de welvoege-
lijkheidsregelen of de uitwendige zedigheid
kan zelfs als eene voorbereiding tot de in^-
vendige zedelijkheid aangezien worden.
Wie zich aangewend heeft alles te vermij-
den, wat voor onvvelvoegelijk wordt gehou-
den, kan hij deze goede gewoonte, onmo-,
gelijk zoo vele zwarigheid vinden in de ver-
vulling van hoogere pligten, als hij, die de
vyelvoegelijkheidsregelen te eenen male ver-,
waarloost.
3) Nog andere weNoegelijkhéidsregelen
zijn van dien aard, dat zij, in opzigt tot de
zedelijkheid, als geheel onverschillige dingen
kunnen aangemerkt worden. Bij voorb.,
de onderscheidene wijzen van begroeting.
Zoo is het verder zedelijk onverschillig, of
een geheel gezelschap het daarin eens is, om
elkander GijJijt of U£d. te noemen, oft;
schoon