Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C )
niet beide te gelijk op te volgen mogten zijn,
ioo behoorde het voorschrift van f)ligt voof
voornamer te worden gehomlen, dan dat van
welvoegelijkheid. Zoo strijdt het, bij voorb.
tegen de welvoegelijkheid op straat te loo-
pen, of half aangekleed in het openbaar te
verschijnen. Indien men echter, door snel
toeloopen, ook slechts ten halve gekleed,
het leven van een mensch kan redden, dan
mag men zich, in dat geval, aan dien regel
van welvoegelijkheid niet binden. Want het
is juist in deze en soortgelijke gevallen, dat
het, anders aan zoo veel misverstand onder-
hevige, spreekwoord: Nood breekt ytet toe-
gepast behoort te worden. Gewoonlijk even-
wel is de ware welvoegelijkheid en echte
wijsbegeerte van het leven niet alleen niet
met de eedelijkheid strijdig, maar staat zij
zelfs ■ met haar in het naauwste verband.
W;nr
i) in vele gevallen ii de uitwendige weU
yoegelijkheid niets anders, dan het täten
yan de inwendige; de uitdrukking yan de
zedelijkheid, of van het zedelijk gewei;
waar-