Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 41 )
op den hals haJen. Zoo zal, bij voorb. eön
zedelijk ^ed iiiensch nooit eene mode vol-
gen , door welke het gevoel van schaamte, —•
de beschermgeest van de ware welvoegelijk-
heid, — beleedigd wordt; hij zal geenen re-
gel van voorzigtigheid aannemen, door wel-
ken eenig voorschrift van zedelijkheid, altijd
verhevener en heiliger dan elke hoegenaamde
regel der overeenkomstelijke welvoegelijk-
heid, wordt overtreden. Hij zal zich der-
halve nooit verlagen tot veinzerij, huichela-
rij, vleijerij, leugen en bedrog, spotten met
godsdienstige onderwerpen, verachting eener
goede zaak, enz. Men kon daarom de wel-
voegelijkheid, voor zoo verre zij niet alleen
reeds in de zedelijkheid is gegrond (§. ii.),
maar in het algemeen, voor zoo verre zij met
pligt bestaanbaar is, de zedelijke welvoege-
lijkheid noemen, even als men die soort
van behoedzame handelwijze, die door de ze-
deleer gewettigd wordt, zedelijke voorzig-
tigheid (§. 7.) noemt. Zoude eenmaal het
geval plaats hebben, dat een voorschrift van
pligt, en een ander van welvoegelijkheid,
niet