Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 35 )
punt rigten. Het is dus geen wonder, wa*
neer hij, in dien toestand, eene behgchelijkft
rol speelt. De verstrooide X was voornemens
uit te gaan. Aan de deur van huii
stond een vreemdeling, die beleefdelyk na^r
de woonplaats van den Heer X vraagde. Zon.
der nu te zeggen: (Hc ben ik zelf^ riep X
zijnen knecht met de.zonderlinge vraag:-w«/£t
gij niet, waar de Heer X woont? Het änt«
woord: dat zijt gij immers zelf^ bragt hent
eerst tot zich zclven. Hoe ligt, in dkn
toestand van verstrooijing, de gemeenste 'wel*
voegelijkheidsregelen overtreden kunnen wor»
den, behoeft wel niet door voorbeelden be-
wezen te worden. Voor zulké grove en be*
lagchelijke afwykingen van het welvoegelijke
zal men zich ten minste door oplettendheiti
öp zich zclven behoeden. Dewijl het even-
wel , met alle oplettendlieid op ons zelvett
gebeuren kan, dat wij somtijds iets doen,
hetwelk met de welvoegelijkheid niet strookt,
is het raadzaam, eenen verstandigenvtiend
te verzoeken, dat hij ons de cenc'of andere
fout, welke hij bij ons mögt bespeuren, w3
B 6 does