Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 32 )
tamelijk wordt gehouden. Dat, bij voorb.,
sommige volken hun geheele ligchaam met
stippen beschilderen en gansche figuren in
hetzelve graveren, behoort tot hunne zeden.
Ër zijn goede en slechte zeden. Met de eer-
ste moet men bekend zijn, om zich dezel-
ve eigen te maken. Om naauwkeurig te
«preken, zijn van de zeden onderscheiden
b) De gebruiken; daardoor verstaat men
zekere manieren van handelen, die enkel.bij
zekere voorvallen en gelegenheden in aclit
genomen worden;
c) De gewoonten, die oude, diepgewor-
telde gebruiken zijn. In deze mag men even
min onkundig zijn, als in
</) De mode- De mode, een voorbijgaand,
door smaak, grilligheid, ook wel dwaasheid,
ingevoerd gebruik, strekt zich niet enkel
uit tot de kleeding, woning, huisraad en an-
dere dingen, maar zij oefent ook haren in-
vloed op het welVoegelijke van het gedrag
jegens anderen.
Deze vier hoofddeelen, die niet zelden aan
verandering onderworpen zijn, moet men,,
door