Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 30 )
voor alles, wat niensch heet, doordrongen
iszal hem niet toelaten wetens en willens
iets te doen, waardoor hij anderen zoude
kunnen grieven of beleedigen; en uit het zelf-
de beginsel zal hij ook de schijnbare of we-
zenlijke beleedigingen van anderen, niet met
zulk eene geraaktheid, die op wraak denkt,
opnemen. Door zijne, zedelijke welwillend-
heid zal hij op datgene, wat anderen ver»
maak kan verschaffen, opmerkzaam zijn, en,
door zijn zedelijk fijn gevoel, zal hij de schul-
delooze begeerten van anderen snel bemer-
ken. Door zijne bescheidenheid zal hij zich
niet verwaand voordringen, en, in het alge-
meen , de meeste fouten vermijden, door wel-
ke de zedelijke, dat is, op de zedelijkheid
gegronde, welvoegelijkheid gekwetst wordt.
Men zal ook aan iemand, van wiens goed-
heid van hart men overreed is, eerder gerin-
ge kwetsingen van de op overeenkomst ge-
gronde welvoegelijkheidsregelen vergeven,
dan eenen anderen; omdat men, met zeker-
heid, vooronderstellen kan, dat hij den wil
lüet had om te beleedigen.