Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C )
aanslagen van jinderen te ontdekken. Ook
met de uitdrukkingen: slu-w, leep, afgerigt^
doortrapt een looze vos, en met de spreek-
woordelijke spreekwijs: die heeft ze achter
de mouw, duidt het spraakgebruik eene soort
van slimheid aan, die niet gebillijkt kan
worden. Slechts in zoo verre, als er geen
grotidbeginsel van regt en geen voorschrift
-van zedelijkkeid door de voorzigtigheid over-
tralen wordt, is zij geoorloofd, en deze
alleen kan hier ook te pas komen. De zff-
4elijke wijsheidsleer geeft aanwijzing.,, hoe wij
ons te gedragen hebben, indien wij, zon-
-der eenigen piigt te overtreden, ons zeiven
niet alleen niet schadenmaar zelfs ons ge-
luk bevorderen willen. Wie de regelen van
de zedelijke behoedzaamheid verwaarloost,
handelt dwaas. Belagchelijke, maar onscha-
delijke, dwaasheden, hetten gekheden, Dc
grondstellingen van zedelijke. wijsheid zullen
in deze aanwijzing tot een. welroegelijb ge-
drag, met weinige uitzonderingen, slechts
in zoo verre eene plaats vinden, als zij in
een onafscheidbaar verband met de- regelen
■ider welvoegelijkheid staan. 8.