Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
c 228 >
geheel en al verzuimden. Wie, als beschaafd
mensch, aan een gezellig gezang met waar-
digheid wil deel nemen, moet zuiverheid,
helderheid en vastheid van toon bezitten;
moet, opdat hij zich niet door brullende of
onaangename toonen belagchelijk make , of
door een ongestadig schreeuwen den zingen-
den kring store en de welvoegelijkheid
overtrede, althans eenige oefening in melo-
die en maqt geliad hebben. De eerste be-
treffen de toonen en de overeenstemming;
de laatste de lengte en de tusschenvallen van
den tijd. Zonder deze voorbereidende oefe-
ningen zoude het onbeleefd zijn zijne onbe-
schaafde stem in een beschaafd gezelschap te.
willen verheffen. Wie nog verder wilde
gaan, en zulke gezangen wilde voor den dag
brengen, door welke de goede zeden, kui-
sche ooren, en het reine teergevoel belee-
digd, en de onreine gewaarwordingen van
onbeschaafde ruwheid VQortgebragt worden,
die zoude de hemelsche kunst, door wel-
ke de ware menschelijkheid, het gevoel
voor het schoone en verlievene, de ontvan-
ke-