Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
'C 227 )
ren vermögenden invloed op het kimstiiiatig'
schoonheidsgevoel, aan jonge lieden, zelfs
tot hunne veredeling, zeer aan tc prijzen.
Alle menschen — zeer weinige uitgezonderd
— kinderen, zoo wel als volwassenen, vin-
den behagen in het gezang, inzonderheid
in het gezellige gezang, gevoelen zich door
eene welluidende harmonie aangevuurd, wor-
den door schoone, zedelijke, opwekkende
liederen tot zachte aandoeningen gestemd,
en kunnen daardoor voor edele-, zedelijke
gewaarwordingen ontvangbaar gemaakt wor-
den. Het jeugdig hart in het bijzonder kan,
door het gezellig gezang, van het lage, niet
schoone, afgetrokken, en, door liederen van
eenen goeden inhoud, ongemerkt tot het
sdioone, verhevene. Goddelijke geleid wor»
den. Doch het zingen van redelijke men-
schen , die zich vervrolijken willen, vereischt
een opgeruimd gemoed. Daarom dei;gen
zoodanige personen, die bij zulke gezellige
vreugden eene kwade luim medebrengen,
niet daartoe; nog minder zij, die de oefe-
ning in het zingen in hunne vroegere jeugd
K 6 gc-