Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
'C 224 )
weinige is het voor jonge lieden, die tot de
beschaafde kringen behooren willen, eene'
klaarblijkelijke noodzakelijkheid, dat zij zich
deze volkomenheden in het lezen, even als
5n het spreken, eigen maken. Even gelijk
anen van eiken muzikant verlangt , dat hy,
tot zekeren graad van volkomenheid, van
3iet blad lezen of spelen kunne; even
200 moet elk welopgevoed mensch zich oe-
fenen, om van het blad te kunnen lezen ;r
terstond het eigenaardige karakter van een too-
Hieelstuk, van een schoon gedicht, van eené
vertelling te vatten, en zulks dan met vaar-
digheid en welvoegelijkheid voor te dragen.
Jonge lieden moeten zich dèrhalve gewen-
nen, om datgeen, wat zij lezen, zoo te le-
zen, dat zij alles, wat zij lezen, zelve
achijnen te zeggen, gevolgelljk ook zelva
schijnen gedacht te hebben. Zij moeten de
gewaarwordingen en gedachten, welke zij in
de schriftelijke voordragt aantreffen, zoo
zeer voor hunne eigene aannemen, dat zij
alles, wat de dichter of verbaler schildert,
zelve schijnen geziea en gehoord te hebben,
V ■ kort-