Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
'C 218 )
komen plaatsen voor y ^ die eene . zachtere,
bedachtzamere en gerustere voordrage verei*
sehen.
Eindelijk behoort 'hiertoe de zuiverheid^
welke daarin bestaat, dat men aan elke let-
ter tn aim elke lettergreep dién'klank geve,
die door de eclite uitspraak ingevoerd is.
Men mag daarom geen ien voor een^ laoteh
of laeten voor laten enz. zeggen. Door
een langzaam temen ontstaat, in het lezen
200 wel als in het spreken, een onaangenaam
gezing-zang. Ook behoorde men zich toe
te leggen om de scherp- en zacht lange
klinkers, vooral in het lezen en declameren,
te onderscheiden.
^PS' O ^^^ ilinlen de volgende
worden: in de verleden wé^ was de
grond zoo wéék niet als thans? De koo^
fer van de kopermolen is hier.
fi) Men trachte zelf eenige dergelijke
volzinnen van bijna ^ maar niet volkomen^
gelijkluidende woorden zamen te voegen.
S-