Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
'C 212 )
moet men noch te veel noch te weinig van
het brandende lalc op het papier doen Ide-
ven, en het reeds^ afgedropen lak met de
pijp zoo lang omroeren, totdat het er zui-
ver en helder uitziet. - Het cachet moet regt,
zuiver, en geheel afgedrukt zijn. Een in
alle opzigten regelmatig toegemaakte brief
verwekt een gunstiger vooroordeel voor den
smaak van den vervaardiger, dan een andere,
die, in ee,n of ander opzigt, onzindelijicheid,
wanorde, of kinderachtigheid vertoont.
Opg, i) De jonge N. liet in zijn ca-
chet boven de aanvangsletter van zijnen
naam eene kreon plaatsen. Was dit wi;i
' geheel en al welvoegelijk?
a) Hij had gelegenheid om de onder-
schriften van zekere beambten te zien,
die zoo geschreven waren, dat het ipoei-
' jclijk was, ze te lezen. Hij geloofde
daarom, dat het voornamen Heden eigen
. ware, hunnen naam op zulk eene onlees-
bare wijze te schrijven, en oefende zich
- daarin zoo lang, totdat hij zijn oogmerk
■ bereikt had. Wat kan men, zelfs naar
de