Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C H )
nfzfr neemt deo voet van dengenen, dien hij
groeten wil ,' cn wryft xich daarmede zacht-
jes over het aangezigt. De wilde op
Nieuw-Orkam berst in een luid gehuil uit,
wanneer, hij eenen voornamen groet; in de
hut eens aanzienlijken herhaalt hg dc be-
groeting, met de handen boven het hoofd
omhoog tc houden, cn driemaal te huilen;
een nieuw gehuil geeft zijnen dank te ken-
nen , wanneer de voorname persoon hem,
door een zacht zuchten, tot zitten noodigt.
Wanneer, in Japan, iemand van dc lagere
klasse ecncn voornamen ontmoet, trekt hij
de zolen, die daar de plaats van schoenen
bekleeden, uit, steekt de regter hand in de
linker mouw, laat alsdan de beide in elkan-
der geslagen handen langzaam voor zich
heen tot aan de knien dalen, gaat met kor-
te, afgemeten, schreden waggelend hem
voorbij, en schreeuwt met vrees aanduiden-
de gebaren, oef! oef! De negers snippen
met de vingers van de eene handj trekken
met de andere snel de kam uit het haar, en
stetc^ die weder daar in» Bij de bewo-
ners