Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
'C 209 )
cn moeite kost, dan het lezen van een re-
gelmatig handschrift. De welvoegelijkheid
gebiedt derhalve elke letter althans zoo lees-
baar te schrijven, dat men haar niet met
eene andere verwisselen kunne; de tot een
woord behoorende letters naauwkeurig met
elkander te vereenigen; ze niet in elkande*
te krabben, tusschen elk woord cn eiken
regel eene kleine gelijke tusschenruimte te
laten, opdat de woorden niet in elkander
Idöpcn; de noodige onderschcidingsteckenen
niet te vergeten; zich van geen al re klein,
voor het oog lastig, schrift te bedienen;
alle onnoodige krullen en ongewone verkor-
tingen te. vermijden. Om het lezen van den
brief den anderen niet moeijelijk te maken,
vereischt de welvoegelijkl>eid ook, dat men
zich, in het schrijven, van goeden zwarten
inkt bediene. Wat overigens de uitwendige
inrigting van den brief aanbelangt, is het
gebruikelijk, aan de linker zijde eenen kleinen
rand onbeschreven te laten, maar dc regels
naar de regter zyde geheel uit te schrijven.
, ^Opdat men ^ bij den aanvang van eiken regel,
cc-