Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 268: y
Staande, zoo veel mogelijk tfackten te ver-
mijden. Om deze ongelegenheden te voor-
komen, is het noodig, nooit met ongewas-
schen handen eenen brief te schrijven; ge-
durende het schrijven niet te eten; zich van
geenen te dikken inkt, ook niet van eene
pen met te korte split, te bedienen, en met
de pen niet te diep in het inktvat te tasten.
Om de slordigheid, die door het uitschrap-
pen, invoegen, of uitkrabben ontstaat,
te vermijden, kan men aanvangeren raden,
dat zij hunne brieven eerst opstellen, en
dan, na zorgvuldig het opstel doorgezien en
verbeterd te hebben, hetzelve in het net
schrijven. Ook bij het droogen van het
schrift eischt de welvoegelijkheid, dat men
althans zorg drage, van den ontvanger des
briefs, bij het openen van denzelven, niet
met eene grootere of kleinere lading zand te
oversehudden. Onleesbaar schrift, door Iret-
wellc reeds in zoo verre de welvoegelijkheid
gekwetst wordt, dat het onaangenaam voor
het oog is, strijdt ook tegen het betamelij-
ke, omdat het lezen,van hetzelve jueer tijd
.. . en