Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
'C 205 )
gelegenheden, als voor hen van geen belang
kunnen wezen, vvijdloopig mede te deelen.
Alleen bij verzoekschriften of daartoe die-
nende brieven kan eene korte voorstelling
daarvan noodig zijn. Zoo mogen jonge lie-
den in het bijzonder zich geene familiaritei-
ten (uitdrukkingen, die eene gemeenzame
vertrouwdheid aanduiden) in hunne brieven
aan voornamere personen veroorloven. Ge*
heel en al onbetamelijk zoude het zijn,
wanneer zij eenen meer bejaarden hunnen
yriend wilden noemen. In het algemeen
mogen de brieven aan meer bejaarden niet :op
dien luimigen toon geschreven worden, die
wel in brieven aan huns gelijken betamelijk
cn aangenaam kan zijn. Zeer veel ki)mt het
hierbij aan op het temperament en het ka-
rakter van de personen, aan welke men
schrijft. Ligt geraakte gemoederen kunnen
door kleine spelingen van luim en onschül-
dige schertsen beleedigd worden. Waar dif
te vreezen is, gebiedt de welvoegelijkheid,
dat men zulke uitdrukkingen terug houdel'
Eindelijk eischt nog de beleefdheid, dat men.
I 7 dc