Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
jC .204 v)
der Hd van.de familie dergenen, aan wien
Jiij schrijft, genoemd wordt, dezen niet
slecht weg ipet den naam der betrekking
(uw vader, uw broeder, uwe vrouw, uw
zoon enz.).noemen, maar een gepast bijvoe-
gelijk . woord (waardige, goede, geëerde,
lieve, enz.} er bijvoegen. Hij mag datgeen ,
hetwelk de ander een verzoek noemde, in
zijn antwoord niet weder verzoek ;ioemen,
maar hij zal het begeerte^ verlangen,^ of, bij
voornamere personenheeten; gevolge.-
lijk zal hij niet schrijven: gij verzoekt mijy
mnar gij verlangt^ gij begeert; -niet: aan
uw verzoek zal ik met genoegen voldoen,
maar aan uw verlangen ^ of aan uw bevel^
enz. Indien de briefschrijver, met den per-
soon, aan welken hij schrijft, in geene zeer
vertrouwde betrekking staat, of zoo die, door
ouderdom of burgerlijken rang, voornamer is
dan hij, dan vereischt de welvoegelijkheid
nog het in acht nemen van verscheidene an-
óere regelen der beleefdheid. Zoo zoude
.het, bg voorb., ongepast zijn, aan voorna^
mcre personc», zulke van onze.familieaan-
... ge-