Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
c )
'de tnef gerlgt is, zoo komt daarbg niet
alleen hun ouderdom en burgerlijke rang in
het algemeen, maar ook bijzonder de be-
trekking, in welke de schrijver des briefs
tot hen staat, in aanmerking. Dat men dê
algemeene ■ regelen der beleefdiieid, die teil
deele reeds bij de mondelinge gesprekken
(conversatie) plaats hebben 57.) in elkeii
brief zonder onderscheid, ook wanneer h^
aan de vertrouwdste vrienden gerigt is, in
acht neme, vordert de welvoegelijkheid»
Want, door eene geheele verwaarloozing van
dezelve, geeft men blijken van gebrek aaa
wellevendheid en wordt men aanstootelijk.
Het in acht nemen der beleefdheid in brieven
berust echter gedeeltelijk op verscheidene
kleinigheden. Zoo zal, om slechts eenige
daarvan te noemen, de briefschrijver, wan-
neer hij van zich zelven en van den per-
soon, aan wien hg schrijft, te gelijk spreekt,
dezen het eerst en vervolgens zich zelven
noemen (§ 37,), alsmede de aangelegcnhei^
van dezen eer dan de zijne voordragen. Hj^
zal, wanneer in zijnen brief'het een fcf an-
1.6 der