Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
'C 196 )
ongetwijfeld, voor een aangenaam, ja zelfs
gezond, vermaak doorgaan, waardoor het lig-
chaam tot eene goede houding, en de leden
tot eene ligte, ongedwongene en bevallige
beweging gewend worden. Reeds bij de
ouden was het dansen bekend, cn bij de
Grieken was hetzelve tot eene schoone kunst
verheven; want hunne dansen waren geen
kunstmatig rondspringen, maar dezelve ste-
den de eene of andere handeling met de
meest gepaste, levendigste uitdrukkingen,
gebaren, houdingen en bewegingen der
handen voor. Dan velen onzer thans ge-
bruikelijke en meest geliefkoosde dansen zijn
niets anders, dan draaijende bewegingen met
eene duizeligmakende eentoonigheid, waarbij
zich noch schoonheid en bevaUigheid, noch
gezelligheid, ontwikkelen. Welke onbevoor-
oordeelde kan, bij voorb. gelooven, dat,
door de zoogenoemde Schotsche en Weener
Walsers kunst en smaak uitgedrukt wordt?
Het bloed der dansers en danseressen wordt
daarbij vaak in eene te sterke beweging ge-
bragt, en de gezondheid der jeugd vernield.
Ve,.