Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
'C 195 )
teltje boonen opgedischt. De mecsten van
hei gezelschap lieten dezen schotel onaan-
geroerd voorbijgaan, zij bedienden zich
van eene andere groente, die in grooter
hoeveellieid voorhanden was. Doch een
van dc gasten nam eene meer dan gewone
portie van de boonen, en ledigde daardoor
bijna den ganschcn schotel, Hoe handel-
■ de deze? en waarom?
2) Wat is reeds in een der vorige §
aangemerkt over het gedrag, hetwelk men
te houden heeft, wanneer iemand iets aan
tafel beschadigt ?
3) Aan welke personen mag men, zon-
,der de welvoegelijkheid te kwetsen, den
ledigen koffijkop niet weg te dragen geven?
66.
i
Bij het dansen.
Vele jonge lieden vinden in het dansen
een hunner aangenaamste genoegens. Hec
welvoegelijke en matige dansen kan öok.
I 2
on«"