Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
'C 194 )
rende deze stilte i om zic]i heen keek-, of ee-
nig geriiisch maakte, veelmeer die lachte,
zoude door zulke ligtzinnigheid de gods-
dienstige welvoegelijkheid storen, die eenen
met plegtige stilte gepaarden ernst vordert.
Ook daar, waar, in de luide gesproken ta-
felgebeden, hier en daar nog eenige bewoor-
dingen zijn mogten, aan welke mén zich
wezenlijk stootte, moet men den stillen
ernst bewaren, en allen aandrang tot het ui-
ten van eene andere gestemdheid onderdruk-
ken. (Verg. § 62 aan het einde.) Dit ver-
eischt de welvoegelijkheid zelfs dan, wan-
neer voor jonge lieden de verzoeking ora
hunne bevreemding door gebaren uit te druk-
ken, zeer groot is, als bij die tafelgebeden,
die nog bij vele huisgezinnen op het platte
land in gebruik zijn, en uit een zeer wan-
toonig zamenschreeuwen van al de tot het
behoorende dischgenooten bestaan.
Opg. i) In een jaargetijde, toen de
boonen van den kouden grond nog niet
rijp waren, werd, onder andere groenten,
ook bij zekeren maaltijd een klein scho-
telt-