Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C i9S )
een slechter kiezen. Van ztldzamt gereg-
ten, die dan ook in eene mindere hoeveel-
heid voorhanden zijn, moet men of in het
geheel niets, of althans zeer weinig nemen.
Eene zeer grove overtreding der welvoege-
lijkheid zoude dicgeen begaan, die, als gast,
eenige der opgedischte spijzen misprees.
Eindelijk vereischt ook dc welvoegelijkheid,
düc^ wanneer men iets, dat tot d^e spijs niet
behoorde, by vporb. een stukje houtskool,
vend, men dit stil ter zijde legge, zonder
' ieiTiand daarop oplettend te maken; dat men
het meermalen toegereikte bord, ook wan-
neer men niets daarvan nemen wil, zijnen
btuirman afneme; dat men zorg drage geen
gkis water om tè werpen of dergelijke onge-
legenheden te veroorzaken.
AVaar het gebruik is sül over tafel te bid-
den, kan dit, naar zijnen aard, slechts uit
eenige, met weinige woorden uitgedrukte,
vrome gedachten bestaan-. ^ De welvoegelijk-
heid vordert echter, dat men zoo lang in
eene stille houding blijve, totdat die- door
de overigen wo^de afgebroken. Wiep gedu-
I ren-