Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 189 )
als de zindelijkheid en beleefdheid betreft,
van de welvoegelijkheid bij het eten te spre-
ken. Dat elk beschaafd mensch ook bij den
maaltijd, ten aanzien van zijn geheele lig-
cliaam en zijne kleeding, zindelijk verschij-
nen zal, (§. 21.) kan billijkerwijze worden
voorondersteld. Doch niet alleen door ligcha-
melijke onzuiverheid of morsige kleeding kan
de aan tafel vereischte zindelijkheid beleedigd
en anderen de eetlust benomen worden, maar
dit geschiedt door onderscheidene andere
lompheden. Daartoe behooren: het smaklven
en slurpen, eene kwade gevvoonre, die en-
keLaan zekere vuile diersoort eigen schijnt
te zijn. De voorheen gebruikelijke gewoon-
te van heete spijzen, door blazen met den
mond, af te koelen, is, door de welvoege-
lijkheid van onzen tijd, billijkerwijze ver-
worpen; maar nog meer zou hij daartegen
handelen, die zoo hard blazen wilde, dat de
soep van het bord of den lepel afspattede.
Te schielijk eten geeft blijk van gulzig-
heid of zelfs van vraatzucht, en veroorzaakt
niet zelden eene walgelijke onwelvoegelijk-
heid.