Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C )
haalt, moet op het geval, wäarvan juist ge-
sproken wordt, eene natuurlijke betrekking
hebben. Wie de gelegenheid er onnatuur-
lijk bijspeelt, handelt zeer laf; iemand, die
niets anders wist voor den dag te brengen
dan eene anekdote, waarin van schieten ge-
sprolcen werd, bevond zich in groote verle-
genheid , vermits het gesprek in het geheel
die wending niet nam; om evenwel zijne
anekdote aan den man te brengen, riep hij
eensklaps: „ hoor toch eens; mij dacht, dat
ik een schot hoorde!" — „ Doch," voer
"hij voort, „ zal ik u eeiie daartoe betrekke-
lijke anekdote verhalen." 3) Men verteile
geene zulke anekdoten, in welke een lid van
eenigen stand, van welken er ook iemand in
liet gezelschap is, belagchelijk gemaakt wordt.
4) Men brenge dezelfde bon mots niet an-
dermaal te berde. Want wie kan er vermaak
in vinden, datgene, wat hij reeds eenige
malen gehoord heeft, altoos weder te hoo-
ren? Men verteile luimige dingen natuurlijk,
zonder echter, door onnatuurlijke gezigts-
trekken en het naäpen van anderen, den
harlekijn te spelen. Aanm,