Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
'C 185 )
melde. Dan het komt hierbij op den aard
van deze invallen aan, op dc plaats, waar
men zé oppert, op de omstandigheden, in
welke zij te pas gebragt worden, alsmede op
den tijd wanneer, en op dc wijze hoe, dit
geschiedt; en daaruit is te beoordeelen , of
zij al dan niet met de welvoegelijkheid over-
eenkomstig zijn. De algemeene welvoege-
lijkheidsregelen, welke men hierbij in het
oog te houden heeft, zijn de volgende:
I) Men moet er zich niet opzettelijk op toe*
leggen om grappen te maken of te vertellen.
Lieden, bij welke men de heerschende nei-
ging, om door zulke dingen te willen ver-
maken, al te duidelijk bespeurt, brengen
zich ligtelijk in de verdenking van anekdoten-
jagt, vademecumskramerij (*), of grappen-
makerij. 2) Elke anekdote, welke men ver-
haalt.
(♦) f'ci/a macum beteekent eigenlyk ga met mij. Ter-
wijl menig een, om het gezelschap te onderhouden,
gaarne van een aantal antkdürcn voorzien is, w.Ike bij
dan in zoodanig gezelscbpp wenscht voor den dag te
brengen, kregen de anekdoten - boekjes in Duiuchland
den naaoi van yadmccum»
i