Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C " 5
tuurlijk verklaren, hoe datgene, wat eerst'
een klein, vervolgens een grooter, aantal
menschen deed, weldra zoo gewoonlijk
werd, dat het scheea niet anders te kminea
wezen; want nadenken o.ver den grond en
het oogmerk van iets is niet de zaak yai^
iedereen. Zoo ontstond er langzamerhand,
ten aanzien van datgene, wat voor wclvoe-
gelijk werd gehouden, een zoogenoemde
heerschendc toon, dat is, eene zelicr« wijze
,of manier, waarnaar zich iedereen, of al-
tlians het grootste deel, ^ de een vroeger,
de ander later, tt- schikte. Zoo ontstond
er allengs eene bepaalde aangenomone wijz«
en manier, om aan het ligchaam zekere lïou-
ding en kleeding te geven j en van daar •fcwa-
men langzamerhand zekere zeden «n ge\vo(Mi-
tep, die, in den omgang met andefea, meer
en meer algemeen in acht genomen wor-
den. Er was een tijd, toen, by voorbeeld,
geen mensch eenen anderen groette. Iemand
nu kwam eens op den inval, om eenen be-
kenden of vriend, dien hij ontmoette, eenen
gelukwensch toe te roepen. Deze vond het
A 6 iseer