Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( l8o )
dit gezegde misschien een Lakonismus of
Attisch zout kunnen heeten?
3) Welke soort van vernuft bedoek
men, wanneer men van afgezaagd ver-
nuft spreekt ?
4) Hij, wien het geheel en al aan ver-
nuft ontbreekt, is droog; wat verstaat
men echter wel onder droog vernuft?
5) Welken zin heeft de spreekwoorde-
lijke uitdrukking: Een greintje moederver-
nuft is beter, dan een centenaar schoolsch
vernuft?
§. 62,
Vervolg.
Van geoorloofde en ongeoorloofde scherts.
Volgens de regelen der welvoegelijkheid is
de scherts alleen geoorloofd, wanneer de-
zelve tot eene onschuldige vervrolijking van
anderen dient ; wanneer zij de uiting van het
genoegen over de tegenwoordigheid van goe-
de, tevredene menschen isj wanneer zij an-
dc-