Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
'C 179 )
In vele anekdoten, welke men van joden
verhaalt, vertoont zich echter dikwijls iets
lakonisch. Een jong officier liet eenige sol-
daten exerceren. Daar eenige toekijkers den
weg bedekten, die voor de oefeningen der
soldaten moest vrij blijven, deed de officier
hen van daar gaan. Onder deze toekijkers
was ook een jood, van wien de officier geld
geleend had. „ Kunt gij ook schieten,
jood?" sprak deze hem aan: „ Ja," hernam
de jood, „ voor." Een ander officier, die
dit hoorde, gaf den jood zgne goedkeuring
te kennen over dit antwoord,,met de,woor-
den : „ Dat was goed geschoten," — „ En
ook getroffen,^'' voegde de jood er bij.
Opg, I) Uit welken hoofde zoude men
de Atheensche geestigheid Attisch zout
genoemd hebben?
a) In een gezelschap, van zekeren jon-
gen Engelschen Lord, die zeer vele schul-
den maakte, gesproken wordende, zeide
de tooneelspeler footc van hem; hi| is
een veelbehvend jongman. Zoude men
H 6 dit