Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 178 )
woorden vertoonde, welke datgene, wat
daardoor uitgedrukt moest worden, op eene
fijne, treffende en aangename wijze aanduid-
den. Deze fijnheid, dit treffende en dit
aangename in scherts en vernuftspelingen is
het, dat men door dc benaming van Attisch
zout te kennen geeft. Een Attisch vernuft
moet evenwel niet met een bijtend (beleedi-
gend) vernuft verwisseld worden. De taal
van een ander Grieksch volk, de Lacede-
moniers, onderscheidde zich, daarentegen,
door zekere krachtige kortheid, bij welke
men, in weinig woorden, den toehoorder
veel te denken gaf. Van daar, dat men ook
van Lakonismen, of Lakonische uitdrukkingen
spreekt. Men meent daarmede niet anders,
dan zekere wijze van uitdrukking, door wel-
ke , in weinig woorden, veel gezegd wordt.
Een lakönisch antwoord, hetwelk men aan
iemand geeft, kan somwijlen ook echt ver-
:nuft bevatten; het kan echter ook, in zeke-
re gevallen, juist wegens de kortheid en de
daardoor te weeg gebragte veelduidigheid,
eene grove bekediging der welvoegelijkheid
zijn. In