Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 177 )
der vernuft, niet wel mogelijk. Tot vernuft
echter wordt een hooge graad van levendig-
heid, zoowel van de verbeeldingskracht, als
van het geheugen , en, in het algemeen, van
alle geestvermogens vereischt. Want ver-
nuftig of geestig kan alleen hij zijn, die ee-
ne hebbelijkheid van den geest heeft, om
ongelijksoortige dingen, op eene verrasschen-
de wijze, in eene ongedwongene verbinding
te brengen, of, met eene natuurlijke gemak-
kelijkheid, op eene aangename wijze te. ver-
eenigen. Men noemt dit talent ook dikwijls
luim, en dengenen, die het bezit, luimig.
De ware luim en waar vernuft laten zich
niet dwingen. Die het er op toelegt om
geestig te zijn, zal, over het algemeen ge-
nomen, onder honderd invallen naauwelijks
.eenen waarlijk vernuftigen en verstandigen
voortbrengen. — Men spreekt somwijlen van
Attisch vernuft, en noemt een zeer fijne
scherts Attisch zout. Onder de voormalige
Grieken onderscheidden zich de Athenienzers
door eenen hoogen graad van beschaafdheid,
die zich aelfs in de smaakvolle keus vaa
H 5 v?oor-