Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 176 )
§. 6i.
Van schcns en boert.
Wat tnen er mede meent, wanneer men
van schertsen en boerten spreekt, is mis-
schien niemand geheel onbekend, hoewel
het veelligt niet gemakkelijk is eene zeer
bepaalde verklaring van scherts en boert te
geven. Wanneer men zegt, de scherts be-
staat in de voorspiegeling van een klein on-
heil, hetwelk scliielijk weggenomen en in
genoegen veranderd wordt, en wanneer men
dc boert eene soort van scherts noemt, zijn
beide begrippen hierdoor wel niet gelieel
uitgeput. Doch komt het daarop voor ons
tegenwoordig oogmerk zoo juist niet aan.
De welvoegelijkheid leert ons slechts i) dat
niet alle soort van scherts geoorloofd is;
dat men a) niet op elke plaats, 3) niet op
eiken tijd, 4) niet inet eiken persoon schert-
sen mag. Fijne scherts, die het ware zout
der gezellige verkeering zijn moet, is, zon-
der