Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 181 )
nier spreken. Zij zuilen zoo weinig als
mogelijk is, van zich zelven of hunne eige-
ne bezigheden en aangelegenheden, in geval
deze van weinig of geen belang voor ande-
ren zijn, spreken. Veel minder nog zullen
zij de onwelvoegelijkheid hebben, tan ande-
ren met hunne klagten lastig te vallen, of
wel hunne doorgestane ziekten te beschrij-
ven. Ook vereischt de welvoegelijkheid in
gezellige gesprekken, dat men aan anderen,
als het vermeden worden kan, geene dingen
herinnere, die een onaangenaam gevoel bij
hen kunnen verwekken. Zoo zoude het, bij
voorb., onbetamelijk zijn , hun , bij welke de
wonden, die de dood van een hunner kin-
deren hun sloeg, en nog niet geheeld zijn',
zonder noodzaak zulk een sterfgeval te bin-
nen te brengen; of van bankeroetmaken te
spreken in gezelschap van iemand, die of
zelf in deze verlegenheid was, of ook slechts
eenen bloedverwant heeft, wien dit ongeval,
met of zonder zijne schuld, overgekomen is.
Niet minder onwelvoegelijk is het, anderen
met onnutte en vermoeijende vragen lastig te
H 3 , val-